This opinion pieces was published by Tim Brys at Knack with François Levrau.
UGent rector Petra De Sutter liep deze week een blamage op. Haar openingsrede van vorig jaar blijkt enkele verzonnen citaten te bevatten. Die waren ingevoegd door een Large Language Model (LLM) zoals ChatGPT dat ze gebruikte bij het schrijven van die rede. Dat LLMs niet altijd de waarheid spreken is welgekend. Het is geen toeval dat vorig jaar ‘hallucineren’ werd uitgeroepen tot woord van het jaar.
De ophef omtrent De Sutters misstap is begrijpelijk. Ze vertegenwoordigt een instituut dat beweert het maatschappelijke baken van kritisch denken te zijn. De richtlijnen van de UGent stipuleren dan ook dat studenten en werknemers AI-output kritisch moeten beoordelen.
Dat De Sutter haar eigen raad niet opvolgde en later door de mand viel is dan ook pijnlijk. Het is niet aan ons om te oordelen over het gewicht van deze blunder. Het maakt wel duidelijk hoe belangrijk het is om na te gaan hoe kritisch denken inderdaad wordt toegepast binnen de universiteit ten tijde van AI.
Zo was net de UGent de eerste om AI te omarmen binnen het hoger onderwijs. Voormalig rector Rik Van de Walle zei op de Dies Natalis-viering van 22 maart 2024 dat studenten voortaan gebruik mogen maken van LLMs bij het schrijven van de masterproef. Andere universiteiten volgden snel.
Tegenstand van eigen academici werd daarbij weinig getolereerd. Zo besloot de opleidingscommissie van de Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap aan de UGent om AI te verbieden bij Bachelor- en Masterproeven, maar dat verbod werd van hogerhand teruggefloten. De boodschap was duidelijk: de AI-trein is vertrokken en iedereen moet mee.
Nochtans zijn er redenen om wat aan de noodrem te trekken. Zo geven verschillende studies aan dat AI-gebruik het kritisch denken kan aantasten. We beginnen dan wel vaak als kritische gebruikers maar gaan mettertijd steeds meer vertrouwen op dat nieuwe digitale orakel. Zeker als we onder tijdsdruk staan, is het verleidelijk om het kritisch verifiëren van AI-output over te slaan. Het product is er al en het ziet er goed uit, dus dan zal het wel goed zijn, niet? Net omdat ‘tijdsdruk’ schering en inslag is in een cultuur waar ‘efficiëntie’ voortdurend als hoogste goed wordt gezien, is ‘kritisch denken’ misschien het eerste dat door die druk verdwijnt.
Tevens weten we uit onderzoek dat ons brein gemaakt is om zuinig om te gaan met geestelijke inspanningen. Er schuilt een zekere neurologische waarheid in de uitdrukking “liever lui dan moe”. Kritisch denken vergt moeite, en die durven we met AI al eens gemakzuchtig over te slaan. Het toelaten van AI in een universitaire opleiding waar denken en schrijven van groot belang zijn, is eigenlijk de spreekwoordelijke kat bij de al even spreekwoordelijke melk zetten.
Tot slot weten we dat bij elke technologie ook zaken verloren gaan. De vraag is of we wel voldoende beseffen wat we precies verliezen en of we dat verlies eigenlijk (als samenleving) wel willen. Zo vergeleek De Sutter vorig jaar AI met het internet. De opkomst daarvan baarde mensen ook zorgen – je parate kennis zou erop achteruitgaan – maar het breidde onze toegang tot kennis wel enorm uit. Met AI zou volgens haar hetzelfde gebeuren.
Dat klopt: AI kan onze toegang tot kennis uitbreiden. Maar net zoals met het internet verliezen we ook parate kennis en denkkaders, omdat het niet meer nodig is om die allemaal op te slaan in ons brein. Nochtans is dat net essentieel voor kritisch denken.
Inzichtrijk en begripvol denken vereist het maken van associaties, vergt achtergrondkennis en degelijke denkkaders. Veel geschiedkundige feiten mogen dan wel op het internet te vinden zijn, maar als je zelf geen historisch denkkader hebt verinnerlijkt, kan je geen enkel feit plaatsen, context geven, of betekenisvol interpreteren. Als kennis en vaardigheden buiten ons brein blijven – weliswaar toegankelijk via AI – kunnen we geen diepe verbindingen leggen en leren we maar oppervlakkig. Als kennis daarentegen geïntegreerd is in ons sterk verweven netwerk van neuronen – als we er zelf mee geworsteld hebben – dan kunnen we er wel spontaan mee denken en erop voortbouwen. We denken dus diep en kritisch met wat we zelf echt weten en begrijpen, we denken oppervlakkig met wat louter toegangelijk is in de extended mind van AI.
Net omwille van deze en andere redenen, riskeert AI-gebruik paradoxaal het kritisch denken te ondermijnen dat nodig is om AI goed te gebruiken. Dat is uiteraard geen onvermijdelijke uitkomst. Maar het vergt wel steeds meer discipline en wilskracht om met AI kritisch te blijven denken.
Studenten en proffen (alsook rectoren) zullen zich als topsporters moeten disciplineren, luiheid en gemakzucht verafschuwen, en tijdsdruk weerstaan om het kritisch denken dat de UGent zo hoog in het vaandel draagt te beschermen.
Als “Durf denken” de slogan van de UGent is, dan hopen we dat AI niet alleen het denken zelf niet kaapt, maar ook niet de durf om nog zelf te denken.
Tim Brys (doctor AI) en François Levrau (sociaal filosoof) schreven samen “En toen was er AI. Hoe mens blijven te midden van machines?” dat in maart zal verschijnen.
